‘Ik zie steeds meer opdrachtgevers die duurzaamheid zwaarder laten wegen dan de prijs’
De Groot Vroomshoop Bouwsystemen realiseert tijdelijke, semipermanente en permanente huisvestingsoplossingen. Het bedrijf uit 1927 is een pionier in het prefab bouwen in serie en gebruikt al die tijd bewust voornamelijk hout. Maar net zo bewust kiest het voor zijn CLT-Modulebouw voor kunststof kozijnen van Transcarbo, één van de bedrijven van de VHZ Groep. Dat vraagt om een gesprek met Willem Ottink, projectleider van op dit moment het grootste modulaire houten woongebouw van Nederland.
Klant: Willem Ottink | Projectleider bij De Groot Vroomshoop Bouwsystemen B.V.
Kun je uitleggen wat jullie product inhoudt?
‘Onze CLT-modulebouw, welke we samen met architect Finch Buildings hebben ontwikkeld, zijn modulaire wooneenheden, compleet uit hout. Ze kunnen onderling geschakeld en tot zeven hoog gestapeld worden. In principe kan alles hier in de fabriek ingebouwd worden: wanden, deuren, keukens, badkamers. Uiteindelijk heb je een module die helemaal compleet van de band komt en op een vrachtwagen naar de bouwplaats gaat. Op de bouwplaats worden deze op hun plek gezet waarna ze worden voorzien van een afwerkvloer.
"Zowel de investering als de total cost of ownership is met name voor woningcorporaties een heel belangrijk punt."
Dat moet wel een gewilde oplossing zijn in een tijd van woningnood en gebrek aan bouwpersoneel…
‘We krijgen inderdaad steeds meer bekendheid. Woningcorporaties en andere verhuurders zitten met een grote vraag en willen snel kunnen bijbouwen. Wij kunnen daar met ons systeem op inspelen. De bouwtijd wordt enórm verkort. Daar staat tegenover dat je wel meer engineeringstijd nodig hebt. Maar als je kiest voor een bestaand concept dat al is uitontwikkeld, kan het best snel gaan. Als we volop draaien, kunnen we acht woningen per dag op transport zetten. Die moeten op de bouw onder andere geassembleerd gestapeld, gekoppeld en aangesloten worden op de nutsvoorzieningen, maar dat is het dan ook.
Een tweede voordeel is dat de modules in gecontroleerde omstandigheden worden geproduceerd. De kwaliteit en bouw ervan is niet afhankelijk van weersomstandigheden. En een derde punt dat opdrachtgevers erg aanspreek is dat de modules van hout zijn en dus CO2-neutraler dan traditioneel gebouwde woningen. Wij gebruiken CLT, Cross Laminated Timber, of kruislaaghout in het Nederlands. Dat is een constructief plaatmateriaal van voldoende dikte, samengesteld uit kruislings gelijmde planken waar ook resthout van voldoende kwaliteit in kan worden verwerkt. In feite is het nuttig gebruik van het hout dat overblijft als er planken en balken gezaagd worden. Een heel duurzaam verhaal dus.’
Wat dat betreft lijkt het opvallend dat er dan toch kunststof kozijnen in zitten…
‘Aanvankelijk had die keuze voornamelijk te maken met het prijsverschil ten opzichte van houten kozijnen en met het feit dat ze minder beheer en onderhoud nodig hebben. Zowel de investering als de total cost of ownership is met name voor woningcorporaties een heel belangrijk punt. Het eventuele verschil in duurzaamheid is een vraag die pas de laatste tijd wel eens gesteld wordt. Sommige mensen zeggen: ‘hout is een natuurproduct en dús het beste’. Maar ik denk dat het genuanceerder ligt. Denk alleen maar aan alle verf die je gedurende de hele levensduur op houten kozijnen moet smeren.’
Kunststof kozijnen kunnen inderdaad óók een circulaire oplossing zijn. Ze zijn goed te demonteren: als een gebouw wordt afgebroken kunnen ze wellicht ergens anders opnieuw gebruikt worden. En anders is het kunststof tot tien keer recyclebaar. In onze nieuwe kozijnen zit nu al 30 procent gerecycled materiaal en dat percentage loopt alleen maar op.
‘Er is steeds meer vraag naar biobased en circulair bouwen en daarmee neemt de vraag naar hout toe. Wij lopen daar als De Groot Vroomshoop al jaren mee voorop en we juichen het toe dat andere partijen er ook mee bezig zijn. Want dat betekent dat er steeds meer bekend wordt over de mogelijkheden en uitdagingen, bijvoorbeeld op gebied van constructie en bouwfysica.
Wij gaan echt volop voor hout, maar dat betekent niet dat we tégen kunststof zijn. Als fabrikanten laten zien dat ze grote stappen zetten op gebied van hergebruik en CO2-neutraliteit, en ze leggen hun argumenten duidelijk uit, dan stel ik gerust kunststof voor aan onze opdrachtgevers. Die kijken heus verder dan hun neus lang is.’
Wij zijn inderdaad bezig om de scores van kunststof op allerlei terreinen netjes op een rij te zetten, zodat we inhoudelijk kunnen aangeven wat de sterke punten zijn van kunststof kozijnen.
‘Ik denk dat dat heel sterk is. Stel dat er een aanbesteding is waarin de opdrachtgever aangeeft per se hout te willen, dan is het mooi als wij daar jullie verhaal tegenover kunnen zetten: ‘u vraagt wel hout, maar om de volgende redenen wil ik u toch kunststof adviseren.’
Op dit moment kan prijs dan nog de doorslag geven, kunststof is aanmerkelijk goedkoper. Maar dat verkoopargument blijft niet eeuwig gelden. Ik zie steeds meer opdrachtgevers die duurzaamheid zwaarder laten wegen dan prijs. Toen ik opgroeide werd nog nauwelijks gesproken over het uitputten van de aarde, maar voor nieuwe generaties is circulariteit een vanzelfsprekende voorwaarde. En hun kinderen zullen daar nog weer anders over gaan denken. Dat is ook goed, daar gaan wij als bedrijf van harte in mee.’
"Toen ik opgroeide werd nog nauwelijks gesproken over het uitputten van de aarde, maar voor nieuwe generaties is circulariteit een vanzelfsprekende voorwaarde."
De VHZ Groep ook. Een van onze belangrijkste doelstellingen is om duurzaam te ondernemen. We werken volop aan vermindering van onze CO2-uitstoot, aan verhoging van de recyclingpercentages, vermindering van de afvalstromen, et cetera. Dat is ook de toegevoegde waarde die we als groep willen leveren aan de onderliggende bedrijven.
‘Ik denk dat dat heel goed is, want de bouw heeft óók de kunststofproducenten nodig om te kunnen voldoen aan de enorme opgaven van de komende jaren. We spreken nu veel over nieuwbouw, maar er ligt ook nog ontzettend veel werk in de renovatie. Woningbouwverenigingen hebben allemaal de verplichting om hun bezit te upgraden. Zij leunen sterk op aannemers voor kennis over innovatie. Dus wij worden op onze beurt graag ‘gevoed’ door onze partners.’
Alle reden dus om met Transcarbo te blijven samenwerken. Wat verwachten jullie eigenlijk van jullie co-makers?
‘Wij willen hier zo efficiënt mogelijk de module-onderdelen assembleren. En dus moeten onze partners ervoor zorgen dat wat zij leveren compleet goed is. Wij moeten hier in de productielocatie niet hoeven zagen of hakken. De materialen moeten ook gekeurd zijn, zodat wij weer kunnen garanderen dat onze woningen voldoen aan alle eisen. We zoeken partners die meedenken om het product echt meerwaarde te geven. We weten als aannemer best veel, maar de echte expertise komt van de partners. Daar moet je op kunnen vertrouwen.’
"Je moet sámenwerken, met als gezámenlijk doel een product te maken dat heel soepel door het proces heen kan."
Zo maak je samen dus een steeds beter eindproduct?
‘Ik vind het zeer positief. We pakken samen de uitdaging op om de klant zo goed mogelijk te bedienen. Daarbij is een duidelijke trend zichtbaar: opdrachtgevers willen zoveel mogelijk kant en klaar hebben, want de ‘handjes’ worden steeds schaarser, in elke fase van het bouwproces. Uiteraard merken we dat zelf ook. Voor ons is het dus van belang dat we zo min mogelijk werk hebben van het inbouwen van de kozijnen in de elementen. In het begin hadden we nog wel eens een stukje vervorming in het kozijn. Samen met Transcarbo hebben we die klacht helemaal afgepeld. De oorzaak bleek te liggen in de manier van afschroeven. Inmiddels is het product zo ver doorontwikkeld dat het vrijwel niet verkeerd meer gemonteerd kán worden.’
Zit het hem daarin? Zo goed mogelijk aansluiten op de processen van de aannemer? Just in time leveren? Precies maken wat er gevraagd wordt, meegaan in digitale ontwikkelingen zoals uitwerken in BIM?
‘Zeker. Maar het werkt wel twee kanten op. Als wij iets kunnen veranderen waardoor jullie makkelijker kunnen leveren, dan moeten wij dat zeker niet laten. Je kunt niet meer zeggen: ‘dit wil ik hebben, je zorgt er maar voor dat het op tijd klaarstaat.’ Die oude verhouding opdrachtgever – leverancier past niet bij industrieel bouwen. Je moet sámenwerken, met als gezámenlijk doel een product te maken dat heel soepel door het proces heen kan.
En dat niet alleen omdat er steeds minder vakmensen zijn, maar ook omdat er steeds meer eisen gesteld worden aan kwaliteit. Zeker met de wet kwaliteitsborging heeft industrieel bouwen de toekomst.’